Persoonlijk boek
Ik werd niet groots geboren
Nael van der Aaksh
Een persoonlijke reis over bewustzijn, falen, tijd, geld, gewoontes en innerlijke rijkdom.
ISBN: 9789465468716 · Uitgever: Brave New Books

Inhoudsopgave
Achtergrond
Nael van der Aaksh is de auteur van het Nederlandstalige boek Ik werd niet groots geboren. In het boek beschrijft Van der Aaksh zijn ontwikkeling van een jeugd in Aleppo en de ervaringen rond de oorlog in Syrië naar het opbouwen van een nieuw leven in Nederland. Het werk combineert autobiografische ervaringen met zijn persoonlijke opvattingen over taal, falen, zelfontwikkeling, tijd, geld, gewoontes, geloof, menselijke relaties en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Een terugkerend uitgangspunt in het boek is dat persoonlijke groei volgens Van der Aaksh niet in één groot moment ontstaat. Hij beschrijft ontwikkeling als het resultaat van kleine keuzes die over een langere periode worden herhaald. Zijn eigen ervaringen met taalachterstand, werk, studie, financiële problemen, onzekerheid en mislukking gebruikt hij als basis voor de methoden en levensregels die hij in het boek presenteert.
Van der Aaksh beschrijft Aleppo als de plaats waar zijn eerste herinneringen, familiebanden en dromen ontstonden. Hij schrijft onder meer over de straten van de stad, vrienden uit zijn jeugd en de geur van warm brood uit de bakkerijen. Voor hem werd deze periode later het symbool van een leven dat aanvankelijk vertrouwd en veilig voelde, voordat de oorlog zijn jeugd veranderde.
Volgens zijn autobiografische beschrijving begon hij rond zijn dertiende steeds sterker te begrijpen wat oorlog in het dagelijks leven betekende. Hij beschrijft nachten met schoten en explosies en de onzekerheid over de veiligheid van familieleden. In zijn boek maakt hij daarbij onderscheid tussen de zichtbare schade van oorlog en de psychologische invloed ervan. Oorlog vernietigt volgens hem niet alleen gebouwen, maar kan ook rust, vertrouwen en een deel van de jeugd van een mens wegnemen.
Van der Aaksh beschrijft zijn vertrek uit Syrië daarom niet alleen als een geografische verplaatsing. In zijn visie begon daarmee ook een langdurig proces waarin hij opnieuw moest bepalen wie hij was en wie hij wilde worden.
Een belangrijk element in zijn verhaal is dat hij als kind al grote ambities had. Rijkdom betekende voor hem daarbij niet uitsluitend financieel vermogen. Hij schrijft dat hij rijk wilde worden in kennis, denken, kracht en invloed. Die brede definitie van rijkdom werd later een centraal uitgangspunt in zijn boek.
Persoonlijke systemen
Van der Aaksh stelt in het boek dat motivatie alleen niet voldoende is voor langdurige ontwikkeling. Motivatie kan volgens hem sterk beginnen en daarna verdwijnen. Daarom ging hij persoonlijke systemen gebruiken.
Identiteits-Audit
Een van zijn methoden noemt hij de Identiteits-Audit. Daarbij schreef hij in de ochtend, voordat hij zijn telefoon gebruikte, doelen en eigenschappen op die verbonden waren met de persoon die hij wilde worden. Hij formuleerde deze doelen in de tegenwoordige tijd. Een voorbeeld uit het boek is het beeld van een man met diepe kennis, invloed en financiële discipline. Het doel daarvan was volgens Van der Aaksh niet om te doen alsof alles al bereikt was. De methode moest hem dagelijks herinneren aan de richting waarin hij wilde groeien.
Fouten Logboek
Een tweede methode is het Fouten Logboek. Wanneer hij een fout maakte, bijvoorbeeld een verkeerd Nederlands woord gebruikte, een formulier verkeerd invulde of een afwijzing kreeg, probeerde hij de fout schriftelijk te analyseren. Daarbij stelde hij drie vragen: Wat ging er fout? Waarom ging het fout? Wat moet de volgende keer anders? Volgens Van der Aaksh hielp deze aanpak hem om fouten minder als persoonlijke vernedering en meer als informatie te beschouwen.
Twee Minuten Actieregel
Een andere methode noemt hij de Twee Minuten Actieregel. Wanneer hij merkte dat angst hem liet uitstellen, probeerde hij binnen korte tijd met de taak te beginnen. Voorbeelden zijn het openen van een moeilijke brief of het voeren van een belangrijk telefoongesprek in het Nederlands. De gedachte achter deze methode is dat uitstel de angst vaak groter maakt, terwijl een kleine eerste handeling de psychologische drempel kan verlagen.
Visie op geld
Geld neemt een belangrijke plaats in het boek in, maar Van der Aaksh maakt onderscheid tussen geld bezitten en financieel bewustzijn. Hij beschrijft dat hij zelf fouten heeft gemaakt met schulden en investeringen. Hierdoor ging hij geld steeds minder als alleen een bedrag zien en steeds meer als een systeem van gedrag, keuzes en discipline. Een belangrijk uitgangspunt is dat een hoog inkomen volgens hem niet automatisch tot financiële vrijheid leidt. Iemand kan veel verdienen en tegelijk onder zware financiële druk staan wanneer zijn uitgaven, schulden en levensstijl niet worden beheerst. Andersom kan iemand met een kleiner inkomen volgens zijn visie beginnen met het ontwikkelen van financiële discipline.
De 60-20-15-5-regel
Van der Aaksh presenteert in het boek een eigen praktische verdeling voor een maandelijks budget. Hij noemt dit geen garantie op rijkdom, maar een systeem om overzicht en discipline te ontwikkelen.
60% vaste lasten
20% noodsparen
15% investeren
5% zelfontwikkeling
Dit is mijn persoonlijke model uit het boek en geen financieel advies.
De zeven regels uit mijn levensreis
01 — Schaam je niet voor een zwakke start
02 — Taal is kracht
03 — Falen is training
04 — Tijd wacht op niemand
05 — Geld laat je bewustzijn zien
06 — De eerste investering ben jij
07 — Zoek geen makkelijke weg
Fase 1: De Zuivering
Dag 1 tot en met 10 — Rust en aandacht. Sociale media niet openen in het eerste uur na het wakker worden. Dat uur gebruiken voor stilte, gebed en het opschrijven van doelen.
Fase 2: Het Fundament
Dag 11 tot en met 20 — Taal en kennis. Iedere dag minimaal dertig minuten besteden aan Nederlands of andere educatieve ontwikkeling die professionele vaardigheden versterkt.
Fase 3: Bewustzijn en Actie
Dag 21 tot en met 30 — Financiën en netwerk. Het 60-20-15-5-budgetmodel toepassen en minimaal één gesprek organiseren met een professional of mentor.
Fase 4: De Transformatie
Dag 31 tot en met 40 — Leren, financiële planning, focus en geloof worden onderdeel van de identiteit. Veertig dagen zijn geen eindpunt: eerlijkheid, herhaling en een ondersteunende omgeving blijven nodig.
Centrale boodschap
Jaarplanning
Eerste kwartaal: Gewoonte
Een nieuwe dagelijkse gewoonte kiezen en trainen.
Tweede kwartaal: Taal of vaardigheid
Gericht werken aan een taal of professionele vaardigheid.
Derde kwartaal: Financieel resultaat
Werken aan bijvoorbeeld schuldvermindering, een noodbuffer of een eerste bewuste investering.
Vierde kwartaal: Identiteit
Terugkijken naar veranderingen in gedrag, karakter, zelfvertrouwen en manier van denken.
Ik werd niet groots geboren
Je hoeft niet perfect te beginnen. Je moet wel durven beginnen.
VOLLEDIGE INHOUDSOPGAVE
Inleiding
Nael van der Aaksh is de auteur van het Nederlandstalige boek Ik werd niet groots geboren. In het boek beschrijft Van der Aaksh zijn ontwikkeling van een jeugd in Aleppo en de ervaringen rond de oorlog in Syrië naar het opbouwen van een nieuw leven in Nederland. Het werk combineert autobiografische ervaringen met zijn persoonlijke opvattingen over taal, falen, zelfontwikkeling, tijd, geld, gewoontes, geloof, menselijke relaties en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Een terugkerend uitgangspunt in het boek is dat persoonlijke groei volgens Van der Aaksh niet in één groot moment ontstaat. Hij beschrijft ontwikkeling als het resultaat van kleine keuzes die over een langere periode worden herhaald. Zijn eigen ervaringen met taalachterstand, werk, studie, financiële problemen, onzekerheid en mislukking gebruikt hij als basis voor de methoden en levensregels die hij in het boek presenteert.
Achtergrond
Van der Aaksh beschrijft Aleppo als de plaats waar zijn eerste herinneringen, familiebanden en dromen ontstonden. Hij schrijft onder meer over de straten van de stad, vrienden uit zijn jeugd en de geur van warm brood uit de bakkerijen. Voor hem werd deze periode later het symbool van een leven dat aanvankelijk vertrouwd en veilig voelde, voordat de oorlog zijn jeugd veranderde.
Volgens zijn autobiografische beschrijving begon hij rond zijn dertiende steeds sterker te begrijpen wat oorlog in het dagelijks leven betekende. Hij beschrijft nachten met schoten en explosies en de onzekerheid over de veiligheid van familieleden. In zijn boek maakt hij daarbij onderscheid tussen de zichtbare schade van oorlog en de psychologische invloed ervan. Oorlog vernietigt volgens hem niet alleen gebouwen, maar kan ook rust, vertrouwen en een deel van de jeugd van een mens wegnemen.
Van der Aaksh beschrijft zijn vertrek uit Syrië daarom niet alleen als een geografische verplaatsing. In zijn visie begon daarmee ook een langdurig proces waarin hij opnieuw moest bepalen wie hij was en wie hij wilde worden.
Een belangrijk element in zijn verhaal is dat hij als kind al grote ambities had. Rijkdom betekende voor hem daarbij niet uitsluitend financieel vermogen. Hij schrijft dat hij rijk wilde worden in kennis, denken, kracht en invloed. Die brede definitie van rijkdom werd later een centraal uitgangspunt in zijn boek.
Aankomst en ontwikkeling in Nederland
Van der Aaksh kwam op jonge leeftijd in Nederland terecht. In het boek beschrijft hij zijn eerste indrukken als een combinatie van schoonheid en onzekerheid. Hij zag een groen, georganiseerd en rustig land, maar bevond zich tegelijkertijd in een samenleving waarvan hij de taal en systemen nog nauwelijks begreep.
Hij beschrijft dat het gevoel van opnieuw beginnen hem confronteerde met zijn eigen kwetsbaarheid. Hij had naar eigen zeggen grote ideeën, maar kon deze in het begin niet goed uitdrukken. Daardoor ontstond een verschil tussen hoe hij zichzelf vanbinnen zag en wat hij naar buiten kon laten zien.
Dit leidde aanvankelijk tot angst om als zwak of mislukt te worden gezien. Later veranderde zijn interpretatie daarvan. Nederland werd in zijn boek een “spiegel”: een omgeving waarin zijn zwakke punten zichtbaar werden en daardoor ook ontwikkeld konden worden.
Volgens Van der Aaksh begon zijn echte persoonlijke ontwikkeling niet op het moment dat hij een cursus of boek vond. Het begon met de beslissing dat hij niet in dezelfde situatie wilde blijven. Hij beschrijft vier gedachten die in deze periode belangrijk voor hem werden:
• hij wilde niet blijven zoals hij was; • hij wilde leren; • hij wilde veranderen; • hij wilde dichter komen bij de persoon die hij als kind voor ogen had.
Van der Aaksh beschrijft zijn ontwikkeling daarom niet als het wissen van zijn verleden, maar als het leren gebruiken van dat verleden als ervaring.
De hotelwereld als praktijkschool
Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling vond volgens het boek plaats in de Nederlandse hotelwereld. Van der Aaksh begon daar terwijl zijn beheersing van het Nederlands nog beperkt was.
De werkvloer werd voor hem een praktische leeromgeving. Hij moest communiceren met gasten en collega’s, instructies begrijpen, omgaan met tijdsdruk en reageren op directe feedback.
Hij beschrijft dat hij aanvankelijk bang was om fouten te maken. De dagelijkse praktijk dwong hem echter te spreken, ook wanneer zijn Nederlands niet perfect was. Daardoor nam zijn taalvaardigheid toe en werd zijn angst voor fouten kleiner.
Van der Aaksh beschrijft dat hij uiteindelijk doorgroeide naar een leidinggevende functie als supervisor bij de receptie. Volgens zijn eigen beschrijving hield hij zich daar bezig met het begeleiden van medewerkers, personeelsplanning, budgetten en veiligheid.
In zijn boek noemt hij de hotelvloer zijn eerste “universiteit” in Nederland. Daarmee bedoelt hij dat hij daar lessen over discipline, communicatie, verantwoordelijkheid en leidinggeven leerde die volgens hem niet alleen uit boeken konden worden gehaald.
Van omstandigheden naar persoonlijke verantwoordelijkheid
Een van de belangrijkste veranderingen in het denken van Van der Aaksh is zijn nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid.
In zijn boek maakt hij onderscheid tussen verantwoordelijkheid voor het verleden en verantwoordelijkheid voor de volgende stap. Een mens is volgens hem niet noodzakelijk verantwoordelijk voor wat hem in het verleden is overkomen, maar wel voor de manier waarop hij daarna probeert verder te gaan.
Hieruit ontstond zijn overtuiging dat omstandigheden invloed hebben op een mens, maar niet zijn volledige identiteit hoeven te bepalen.
Van der Aaksh beschrijft daarbij een overgang van wat hij zelf een slachtofferhouding noemt naar een bouwende houding. In plaats van alleen te vragen waarom iets hem overkomt, probeert hij volgens het boek de vraag te stellen hoe hij door de situatie heen kan komen.
Deze benadering betekent in zijn werk niet dat problemen worden ontkend. Hij beschrijft juist angst, uitputting, schulden, onzekerheid en mislukking. Het verschil ligt volgens hem in de vraag welke reactie een mens daarna kiest.
Persoonlijke systemen
Van der Aaksh stelt in het boek dat motivatie alleen niet voldoende is voor langdurige ontwikkeling. Motivatie kan volgens hem sterk beginnen en daarna verdwijnen. Daarom ging hij persoonlijke systemen gebruiken.
Identiteits Audit
Een van zijn methoden noemt hij de Identiteits Audit.
Daarbij schreef hij in de ochtend, voordat hij zijn telefoon gebruikte, doelen en eigenschappen op die verbonden waren met de persoon die hij wilde worden. Hij formuleerde deze doelen in de tegenwoordige tijd.
Een voorbeeld uit het boek is het beeld van een man met diepe kennis, invloed en financiële discipline.
Het doel daarvan was volgens Van der Aaksh niet om te doen alsof alles al bereikt was. De methode moest hem dagelijks herinneren aan de richting waarin hij wilde groeien.
Fouten Logboek
Een tweede methode is het Fouten Logboek.
Wanneer hij een fout maakte, bijvoorbeeld een verkeerd Nederlands woord gebruikte, een formulier verkeerd invulde of een afwijzing kreeg, probeerde hij de fout schriftelijk te analyseren.
Daarbij stelde hij drie vragen:
• Wat ging er fout? • Waarom ging het fout? • Wat moet de volgende keer anders?
Volgens Van der Aaksh hielp deze aanpak hem om fouten minder als persoonlijke vernedering en meer als informatie te beschouwen.
Twee Minuten Actieregel
Een andere methode noemt hij de Twee Minuten Actieregel.
Wanneer hij merkte dat angst hem liet uitstellen, probeerde hij binnen korte tijd met de taak te beginnen. Voorbeelden zijn het openen van een moeilijke brief of het voeren van een belangrijk telefoongesprek in het Nederlands.
De gedachte achter deze methode is dat uitstel de angst vaak groter maakt, terwijl een kleine eerste handeling de psychologische drempel kan verlagen.
Sociaal werk
Van der Aaksh beschrijft dat hij verschillende studierichtingen probeerde voordat hij zich in 2022 bewust op sociaal werk ging richten.
Hij zag sociaal werk als een vakgebied waarin meerdere onderdelen van zijn eigen achtergrond samenkwamen: taal, levenservaring, contact met mensen en ervaring met opnieuw beginnen.
In het boek beschrijft hij dat sociaal werk hem niet alleen professionele vaardigheden gaf, maar hem ook anders naar menselijke kwetsbaarheid en kracht liet kijken.
Hij schrijft dat hij leerde om niet uitsluitend naar een probleem te kijken, maar ook naar de vraag wat iemand werkelijk nodig heeft. Menselijke waardigheid, zelfredzaamheid, verantwoordelijkheid en luisteren werden daardoor belangrijke begrippen in zijn denken.
Volgens zijn eigen beschrijving is hij sinds 2025 actief geweest binnen sociale organisaties. Daarnaast schrijft hij over studentenvertegenwoordiging en betrokkenheid bij een cliëntenraad. Deze ervaringen worden in het boek gekoppeld aan zijn ontwikkeling op het gebied van communicatie en belangenbehartiging.
Talen en taalverwerving
Taal vormt een van de centrale thema’s in het werk van Van der Aaksh.
Hij beschrijft taal niet alleen als grammatica of woordenschat, maar als toegang tot onderwijs, werk, relaties, rechten, kennis en cultuur.
Van der Aaksh beschrijft vijf talen die ieder een andere betekenis in zijn leven kregen.
Arabisch
Arabisch is zijn moedertaal. Hij verbindt deze taal met zijn jeugd, familie, herinneringen, pijn en eerste dromen in Syrië.
Turks
Turks werd voor hem een taal van contact, cultuur en herkenning. Volgens Van der Aaksh liet het leren en gebruiken van Turks hem ervaren dat iedere nieuwe taal de sociale wereld van een mens groter kan maken.
Engels
Engels leerde hij via school, gesprekken, films en andere vormen van dagelijkse blootstelling aan de taal.
Engels kreeg voor hem vooral betekenis als internationale toegangstaal tot kennis, werk, informatie en netwerken.
Nederlands
Nederlands noemt hij de taal van zijn nieuwe leven.
Het was de taal die hij nodig had voor studie, werk, officiële documenten, gesprekken en zijn toekomst in Nederland.
Van der Aaksh beschrijft dat hij in het begin moeite had om ideeën die in zijn hoofd duidelijk waren goed uit te spreken. Daardoor voelde hij zich soms onderschat.
Later kwam hij tot de overtuiging dat onvoldoende beheersing van een taal niets zegt over de intelligentie of menselijke waarde van iemand.
Spaans
Spaans begon hij later te leren. Een van de aanleidingen die hij noemt is de serie La casa de papel. Hierdoor ontdekte hij opnieuw dat taal leren niet alleen uit studieboeken hoeft te bestaan, maar ook via interesse, cultuur en entertainment kan plaatsvinden.
Zijn methode om talen te leren
Van der Aaksh schrijft dat hij niet het meest leerde door uitsluitend grammaticaregels uit het hoofd te leren.
Zijn methode bestond vooral uit:
• veel luisteren; • gesprekken voeren; • fouten durven maken; • films en series bekijken; • nieuws volgen; • lichaamstaal en toon observeren; • woorden in hun context proberen te begrijpen; • correcties van andere mensen accepteren; • dagelijks oefenen.
Volgens hem werd de televisie soms zijn klaslokaal en werden echte gesprekken zijn examen.
Een belangrijk uitgangspunt dat hieruit ontstond is dat een taal volgens hem niet alleen geleerd moet worden om te spreken. Taal moet ook worden gebruikt om de wereld van andere mensen beter te begrijpen.
Investeren in zichzelf
Een andere centrale gedachte in het boek is dat een mens volgens Van der Aaksh zichzelf als zijn eerste belangrijke investering zou moeten zien.
Daarbij noemt hij verschillende vormen van persoonlijk kapitaal:
• taal; • kennis; • lichamelijke gezondheid; • mentale ontwikkeling; • netwerk; • discipline; • karakter; • communicatievaardigheden.
Volgens Van der Aaksh kan geld verdwijnen, terwijl kennis en vaardigheden langer bij een persoon blijven.
Hij schrijft dat zijn interesse in zelfontwikkeling sterker werd nadat hij onder andere naar Rich Dad Poor Dad had geluisterd. Later kregen ook boeken over gewoontes, discipline, geloof en persoonlijke ontwikkeling invloed op zijn denken.
Boeken waren voor hem echter niet voldoende. Hij begon ook cursussen en trainingen te volgen.
Certificaten en permanente ontwikkeling
Van der Aaksh beschrijft dat hij vanaf ongeveer 2018 serieus begon met cursussen en certificaten. Een van zijn eerste grotere trajecten was MBA Management.
Hij schrijft dat zijn Nederlands in die periode nog niet sterk was en dat hij tijdens een van zijn opleidingen een examen niet direct behaalde. Toch bleef hij doorgaan.
In zijn boek vermeldt hij uiteindelijk meer dan 150 certificaten te hebben behaald.
Drie opleidingen die hij zelf als belangrijk beschrijft zijn:
• Leidinggeven binnen MBA; • Marketing en Sales binnen MBA; • Management binnen MBA.
Volgens Van der Aaksh leerde hij daar onder andere over communicatie, leidinggeven, plannen, organiseren, besluitvorming en de manier waarop waarde wordt gepresenteerd.
Voor hem vertegenwoordigt een certificaat daarom niet alleen een bewijsstuk. Het staat volgens zijn benadering voor de tijd en herhaling die iemand heeft geïnvesteerd om een vaardigheid te ontwikkelen.
Hij beschrijft leren als een levensstijl en niet als een tijdelijke fase die stopt zodra iemand een diploma heeft ontvangen.
Netwerken en observerend leren
Naast formele cursussen beschrijft Van der Aaksh het belang van leren van andere mensen.
Hij bezocht volgens het boek netwerkbijeenkomsten, zakelijke evenementen en ontmoetingen met ondernemers.
Daar observeerde hij onder andere:
• hoe mensen spraken; • hoe zij vragen stelden; • hoe zij luisterden; • hoe zij zelfvertrouwen uitstraalden; • hoe zij met druk omgingen; • hoe zij beslissingen namen.
Van der Aaksh beschrijft netwerken niet uitsluitend als het verzamelen van contacten. Voor hem heeft een goed netwerk vooral waarde wanneer mensen van elkaar kunnen leren en elkaar iets kunnen bieden.
Visie op geld
Geld neemt een belangrijke plaats in het boek in, maar Van der Aaksh maakt onderscheid tussen geld bezitten en financieel bewustzijn.
Hij beschrijft dat hij zelf fouten heeft gemaakt met schulden en investeringen. Hierdoor ging hij geld steeds minder als alleen een bedrag zien en steeds meer als een systeem van gedrag, keuzes en discipline.
Een belangrijk uitgangspunt is dat een hoog inkomen volgens hem niet automatisch tot financiële vrijheid leidt. Iemand kan veel verdienen en tegelijk onder zware financiële druk staan wanneer zijn uitgaven, schulden en levensstijl niet worden beheerst.
Andersom kan iemand met een kleiner inkomen volgens zijn visie beginnen met het ontwikkelen van financiële discipline.
Schulden
Van der Aaksh beschrijft een persoonlijke ervaring waarbij hij geld leende van mensen die dicht bij hem stonden.
Hij leende naar eigen zeggen niet voor luxe, maar onder andere om in cursussen en ontwikkeling te investeren.
Later concludeerde hij dat zelfs een investering in jezelf problematisch kan worden wanneer daar geen financieel systeem achter zit.
Schuld heeft volgens hem daarom niet alleen een financiële invloed. Het kan ook relaties, nachtrust, concentratie en zelfbeeld beïnvloeden.
Zijn conclusie werd dat goede bedoelingen zonder financieel plan alsnog financiële problemen kunnen veroorzaken.
De 60 20 15 5 regel
Van der Aaksh presenteert in het boek een eigen praktische verdeling voor een maandelijks budget. Hij noemt dit geen garantie op rijkdom, maar een systeem om overzicht en discipline te ontwikkelen.
De verdeling is:
• 60 procent vaste lasten: wonen, eten, verzekeringen, energie en andere noodzakelijke verplichtingen; • 20 procent noodsparen: een financiële buffer voor onverwachte situaties; • 15 procent investeren: bijvoorbeeld in goud, aandelen of projecten, uitsluitend wanneer iemand begrijpt waarin hij investeert; • 5 procent zelfontwikkeling: bijvoorbeeld boeken, cursussen of andere vormen van kennis en vaardigheden.
Het noodspaargeld moet volgens zijn benadering zoveel mogelijk worden beschermd tegen gewone uitgaven.
Het onderdeel voor zelfontwikkeling beschouwt hij als bijzonder belangrijk, omdat vergroting van kennis en vaardigheden volgens hem later nieuwe mogelijkheden kan creëren.
Financiële regels
In het boek formuleert Van der Aaksh daarnaast verschillende financiële regels:
• Investeer niet in iets wat je niet begrijpt. • Stap niet in een markt uitsluitend omdat andere mensen dat doen. • Koop geen aandelen, goud of andere bezittingen uitsluitend omdat er een hype rond is ontstaan. • Neem geen onnodige risico’s met geld dat noodzakelijk is voor je levensonderhoud. • Begin klein en leer eerst hoe een systeem werkt. • Kijk niet alleen naar wat een aankoop kost, maar ook naar wat de aankoop op langere termijn voor je doet. • Gebruik geleend geld niet om een beeld van rijkdom naar de buitenwereld te creëren. • Bescherm eerst je financiële basis. • Zorg voor een noodbuffer. • Investeer in kennis voordat je grote financiële risico’s neemt. • Laat geld een hulpmiddel zijn en geen maatstaf voor menselijke waarde.
Een vraag die Van der Aaksh voor financiële keuzes gebruikt is of een uitgave toekomstige waarde toevoegt of vooral geld wegneemt.
Ervaring met investeren
Van der Aaksh beschrijft ook een negatieve ervaring met cryptovaluta.
Hij schrijft dat hij op een moment kocht waarop veel andere mensen eveneens kochten en de markt veel aandacht kreeg. Later verloor hij naar eigen zeggen ongeveer 75 procent van deze investering.
Voor hem werd dit een les over groepsgedrag en financieel risico.
Zijn conclusie was niet dat iemand altijd tegen de markt in moet gaan. Hij concludeerde dat iemand zelfstandig moet begrijpen:
• wat hij koopt; • waarom hij koopt; • welk risico hij neemt; • hoeveel verlies hij kan dragen.
Van der Aaksh benadrukt in het boek uitdrukkelijk dat deze persoonlijke ervaringen geen beleggingsadvies vormen.
Rijkdom en welvaart
Van der Aaksh maakt in het boek onderscheid tussen rijk zijn en welvarend zijn.
Rijkdom in de oppervlakkige betekenis kan volgens hem bestaan uit geld en bezit. Welvaart betekent in zijn visie dat iemand daarnaast begrijpt hoe waarde wordt gebouwd en behouden.
Hij verzet zich in het boek tegen het kopen van dure producten uitsluitend om status uit te stralen.
In plaats daarvan beschrijft hij een voorkeur voor wat hij “bouwen in de schaduw” noemt. Daarmee bedoelt hij dat niet iedere prestatie zichtbaar hoeft te worden gemaakt en dat financiële keuzes niet afhankelijk moeten zijn van applaus of sociale vergelijking.
In zijn visie is de belangrijkste vraag daarom niet alleen hoeveel iemand wil bezitten, maar vooral welke persoon hij wil worden.
Geld, geven en liefdadigheid Van der Aaksh ziet geld niet alleen als instrument voor persoonlijke groei. Hij beschrijft liefdadigheid als een belangrijk onderdeel van zijn financiële en spirituele denken. Hij stelt dat geven niet groot hoeft te beginnen. Als voorbeeld noemt hij één euro per dag. Volgens zijn benadering heeft geven twee kanten. Het kan iemand anders praktisch helpen, maar het kan ook de gever eraan herinneren dat geld een middel is en geen meester. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat geven verstandig moet gebeuren. Een mens moet volgens hem eerst rekening houden met zijn verplichtingen, gezin en financiële basis. Hij geeft de voorkeur aan vormen van liefdadigheid waarbij geen applaus of erkenning wordt verwacht.
Tijd als eerste kapitaal Tijd is volgens Van der Aaksh waardevoller dan geld, omdat verloren geld opnieuw verdiend kan worden terwijl verstreken tijd niet terugkomt. Hij schrijft openlijk dat hij vroeger periodes kende waarin hij laat opstond en zijn dagen weinig structuur hadden. Later begon hij zijn ochtend steeds bewuster te gebruiken. Een voorbeeld van een gestructureerde dag in het boek begint rond 05.30 uur, gevolgd door studie of zelfontwikkeling, werk, familietijd en voorbereiding op de volgende dag. Deze tijden presenteert hij niet als universeel schema, maar als voorbeeld van een systeem dat voor hem werkte.
Systemen voor tijdbeheer Pomodoro techniek Hij werkt gedurende korte periodes geconcentreerd aan één taak en neemt daarna een korte pauze. Eisenhower matrix Taken worden verdeeld op basis van belangrijkheid en urgentie. Getting Things Done Taken, ideeën en afspraken worden buiten het hoofd vastgelegd, waarna wordt bepaald welke concrete actie nodig is. Time blocking De dag wordt verdeeld in specifieke tijdsblokken voor bijvoorbeeld werk, studie, sport, familie en rust. Van der Aaksh stelt dat dergelijke systemen op het eerste gezicht streng kunnen lijken, maar juist vrijheid kunnen bieden doordat zij chaos verminderen.
De kracht van kleine gewoontes Een centrale overtuiging in het boek is dat grote veranderingen meestal voortkomen uit kleine herhaalde handelingen. Van der Aaksh beschrijft persoonlijke groei daarom niet als één spectaculaire prestatie. Hij vergelijkt het met het trainen van een lichaam. Eén training maakt iemand niet sterk. Herhaling over langere tijd wel. Volgens zijn benadering moet iemand daarom minder afhankelijk worden van tijdelijke motivatie en meer vertrouwen op systemen.
Drie belangrijke gewoontes 1. Het ochtendblok Na het wakker worden reserveert hij tijd voor lezen, een cursus, een boek of het uitwerken van ideeën. Hij begon klein, met korte periodes, en breidde dit later uit. 2. De dagelijkse leerregel Iedere dag probeert hij iets te leren, ook wanneer daar weinig tijd voor beschikbaar is. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit een aantal pagina’s lezen, een online les volgen of tijdens andere activiteiten naar een boek luisteren. 3. Het geldmoment Regelmatig controleert hij wat financieel binnenkomt en uitgaat en of zijn verdeling nog klopt. Het doel daarvan is volgens hem niet obsessief met geld bezig zijn, maar voorkomen dat hij financiële informatie uit angst vermijdt.
Discipline Van der Aaksh omschrijft discipline niet uitsluitend als jezelf dwingen. Hij schrijft dat hij aanvankelijk bijvoorbeeld probeerde om na lange werkdagen nog uren zwaar te studeren. Dat systeem werkte niet goed omdat zijn mentale energie op dat moment vaak laag was. Daarom verplaatste hij een deel van zijn leeractiviteiten naar de ochtend en gebruikte hij kortere blokken. Hieruit concludeerde hij dat een goede gewoonte niet alleen ambitieus moet zijn, maar ook bij het werkelijke leven van iemand moet passen. Discipline betekent in zijn latere visie daarom ook begrijpen: • wanneer je energie hoog is;
• wanneer je rust nodig hebt;
• welke omgeving je helpt;
• welke afleidingen je moet beperken;
• welke doelen werkelijk bij je passen. De zeven regels uit zijn levensreis Van der Aaksh presenteert in het boek zeven regels die hij zelf zijn “zeven ijzeren wetten” noemt. Hij beschrijft ze niet als universele wetenschappelijke wetten, maar als persoonlijke principes die uit zijn eigen ervaringen zijn ontstaan.
Regel één: Schaam je niet voor een zwakke start Van der Aaksh verbindt deze regel met zijn eerste periode in Nederland. Hij had ideeën en ambitie, maar kon zich door zijn beperkte taalvaardigheid nog niet uitdrukken zoals hij wilde. Later concludeerde hij dat een zwakke start geen permanente identiteit hoeft te zijn. Het probleem is volgens hem niet dat iemand zwak begint. Het probleem ontstaat wanneer iemand zijn eerste niveau als zijn definitieve niveau gaat zien.
Regel twee: Taal is kracht Taal betekent in deze regel toegang tot mensen, onderwijs, werk, hulp, rechten en relaties. Van der Aaksh leerde Nederlands volgens zijn beschrijving niet alleen uit boeken. Hij leerde door gesprekken, fouten, televisie, nieuws en dagelijkse observatie. Zijn conclusie is dat taal niet alleen gebruikt wordt om woorden over te brengen. Taal maakt verbinding mogelijk.
Regel drie: Falen is training Van der Aaksh gebruikt onder andere zijn waterproject als voorbeeld. Hij werkte ongeveer twee jaar aan een concept waarbij overtollig water via een ondergronds buizensysteem zou worden verplaatst en kleine turbines energie zouden kunnen opwekken. Het project werd niet uitgevoerd zoals hij aanvankelijk hoopte. Toch zag hij de gesprekken, vragen en feedback van deskundigen later als waardevolle ervaring. Daaruit ontstond het principe dat falen niet automatisch betekent dat iemand moet stoppen. Falen kan volgens zijn benadering informatie geven over wat moet worden aangepast.
Regel vier: Tijd wacht op niemand Deze regel ontstond uit periodes waarin Van der Aaksh zijn tijd naar eigen zeggen onvoldoende bewust gebruikte. Later beschouwde hij tijd als zijn eerste kapitaal. Zonder tijd kan volgens hem geen taal, kennis, relatie, gezondheid, netwerk of financieel systeem worden opgebouwd. Daarom probeert hij tijd bewust te verdelen tussen werk, leren, relaties, rust en persoonlijke ontwikkeling.
Regel vijf: Geld laat je bewustzijn zien Van der Aaksh beschrijft geld als een soort vergrootglas. Geld kan volgens hem eigenschappen versterken die al aanwezig zijn. Een onzeker persoon kan geld bijvoorbeeld gebruiken om zich naar anderen te bewijzen, terwijl iemand met een duidelijk systeem geld kan gebruiken voor vrijheid, ontwikkeling of hulp aan anderen. Daarom wil Van der Aaksh geld volgens zijn boek niet haten en ook niet aanbidden. Hij probeert het te begrijpen en aan zijn waarden te laten dienen.
Regel zes: De eerste investering ben jij Voordat iemand volgens Van der Aaksh grote financiële investeringen overweegt, moet hij investeren in zijn eigen kennis, taal, gezondheid, netwerk, discipline en karakter. Zijn eigen langdurige investering in cursussen en certificaten is hiervan een voorbeeld. Het uitgangspunt is dat vaardigheden opnieuw gebruikt kunnen worden wanneer bezit verloren gaat.
Regel zeven: Zoek geen makkelijke weg Van der Aaksh schrijft dat een groot deel van zijn groei ontstond uit moeilijke ervaringen. Een nieuwe taal leren was moeilijk. Opnieuw beginnen in Nederland was moeilijk. Werken en studeren combineren was moeilijk. Hij kiest volgens het boek niet voor moeilijkheid omdat lijden op zichzelf waardevol zou zijn. Hij kiest een moeilijke weg wanneer die weg volgens hem leidt tot ontwikkeling.
Geloof en handelen Geloof vormt een centraal onderdeel van het denken van Van der Aaksh. Een Korantekst die in zijn boek een belangrijke rol speelt is het principe dat hij vertaalt als “Kniel neer en kom dichterbij”. Hij beschrijft dat hij dit vers rond zijn achttiende tijdens de Ramadan las en dat het later een persoonlijk levensprincipe werd. Van der Aaksh maakt daarbij een koppeling tussen aanbidding, handelen en vertrouwen. In zijn interpretatie betekent vertrouwen op Allah niet passief wachten. Zijn systeem bestaat uit twee delen: • doen wat binnen de eigen mogelijkheden ligt;
• de uitkomst die buiten de eigen controle ligt aan Allah overlaten. Hij vat dit samen als eerst handelen en daarna vertrouwen. Deze manier van denken hielp hem volgens zijn beschrijving om minder energie te verliezen aan angst voor de volledige uitkomst en meer aandacht te geven aan de concrete volgende stap.
Invloed en een coachende benadering Van der Aaksh beschrijft in het boek een groeiende interesse in het begeleiden en motiveren van andere mensen. Hij presenteert invloed daarbij niet als controle over anderen. Volgens hem begint invloed met respect voor de menselijke waardigheid van de ander. Zijn coachende benadering bestaat uit verschillende principes.
Eerst luisteren Een van zijn belangrijkste communicatieregels is: ongeveer 75 procent luisteren en 25 procent spreken. Het doel daarvan is niet om passief stil te blijven, maar om bewust ruimte te maken voor het verhaal van de ander. Van der Aaksh gebruikt daarbij ook het principe van luisteren, samenvatten en doorvragen. Hij schrijft dat mensen vaak pas openstaan voor advies nadat zij ervaren dat iemand hun situatie werkelijk probeert te begrijpen.
Niet onmiddellijk een oplossing geven Volgens Van der Aaksh heeft iemand die met geldproblemen, formulieren, familieproblemen of werkstress zit niet altijd direct een oplossing nodig. Soms is eerst rust en erkenning nodig. Daarom probeert hij vóór advies te begrijpen welke behoefte centraal staat.
Authenticiteit Van der Aaksh schrijft dat hij merkte dat mensen sterker reageerden wanneer hij niet deed alsof zijn eigen leven perfect was. Door zijn eigen fouten, taalproblemen en zwakke start te benoemen, kon hij volgens zijn ervaring geloofwaardiger spreken over verandering.
Grenzen Een belangrijk onderdeel van zijn ontwikkeling was leren dat hij niet iedereen kan helpen. Van der Aaksh schrijft dat hij geprobeerd heeft meer dan 127 mensen te helpen, zowel in zijn omgeving als via sociale media. Volgens zijn eigen inschatting veranderden ongeveer tien van hen sterk in denken, planning of gedrag. Deze ervaring leerde hem volgens het boek dat invloed ook verantwoordelijkheid vraagt. Wanneer iemand advies serieus neemt, moet volgens hem worden voorkomen dat valse hoop wordt gegeven. Daarom beschrijft hij verschillende grenzen: • zeggen wanneer hij iemand niet kan helpen;
• iemand doorverwijzen naar een professional wanneer dat nodig is;
• erkennen wanneer hij onvoldoende kennis heeft;
• erkennen wanneer hij onvoldoende tijd of energie heeft;
• niet proberen iedereen te “redden”. Hij omschrijft volwassen invloed als een combinatie van een warm hart en duidelijke grenzen.
Relaties en liefde
In het hoofdstuk Liefde heeft ook een taal beschrijft Van der Aaksh dat mensen liefde, respect en waardering niet allemaal op dezelfde manier ervaren.
Zijn belangrijkste uitgangspunt is dat iemand niet uitsluitend liefde moet geven op de manier waarop hij zelf liefde wil ontvangen.
Hij probeert eerst te begrijpen welke vorm van aandacht voor de ander betekenisvol is.
Hij onderscheidt vijf vormen.
Positieve woorden
Sommige mensen ervaren waardering vooral door woorden.
Van der Aaksh benadrukt daarbij het verschil tussen algemene en specifieke complimenten.
Een specifieke uitspraak over wat iemand heeft gedaan of waarom iemand belangrijk is, heeft volgens hem vaak meer betekenis dan een algemeen compliment.
Echte tijd
Voor andere mensen is onverdeelde aandacht belangrijk.
Van der Aaksh beschrijft bijvoorbeeld gesprekken zonder telefoon, samen wandelen of bewust luisteren zonder haast.
Het lichaam van iemand kan volgens hem aanwezig zijn terwijl zijn aandacht ergens anders is. Daarom maakt hij onderscheid tussen tijd en “echte tijd”.
Cadeaus met betekenis
Een cadeau hoeft volgens Van der Aaksh niet duur te zijn.
De betekenis ligt vooral in het signaal dat iemand naar de ander heeft geluisterd en aan hem of haar heeft gedacht.
Een klein boek, een bloem, koffie of persoonlijk bericht kan volgens deze benadering meer betekenis hebben dan een duur cadeau zonder persoonlijke verbinding.
Hulp en daden
Sommige mensen ervaren waardering vooral door praktische hulp.
Voor hen kunnen handelingen sterker zijn dan woorden.
Van der Aaksh koppelt dit ook aan sociaal werk en vriendschap: betrouwbaarheid wordt zichtbaar wanneer iemand doet wat hij heeft beloofd en aanwezig blijft wanneer een situatie moeilijk wordt.
Veilige nabijheid
Een vijfde vorm is lichamelijke of emotionele nabijheid.
Van der Aaksh benadrukt hierbij expliciet toestemming, grenzen en veiligheid.
Niet iedereen wil of waardeert lichamelijk contact. Daarom moet volgens hem niet de behoefte van degene die aanraking geeft centraal staan, maar het gevoel van veiligheid van de ander.
Zijn benadering van advies
De vijf vormen van liefde gebruikt Van der Aaksh ook breder in zijn communicatie.
Wanneer iemand boos, onzeker, verdrietig of afstandelijk reageert, probeert hij volgens het boek niet onmiddellijk conclusies te trekken.
Hij stelt zichzelf eerder vragen zoals:
• Voelt deze persoon zich gehoord? • Heeft deze persoon tijd nodig? • Heeft hij praktische hulp nodig? • Heeft hij bevestiging nodig? • Mist hij aandacht of nabijheid?
Voor hij adviseert, probeert hij vragen te stellen als:
• Wat heb je nu werkelijk nodig? • Wil je dat ik luister? • Wil je dat ik meedenk? • Wil je praktische hulp? • Of wil je alleen dat iemand aanwezig is?
Deze benadering vormt een belangrijk onderdeel van de manier waarop Van der Aaksh invloed en menselijk contact beschrijft.
De 40 dagen Groeichallenge
Aan het einde van het boek presenteert Van der Aaksh een groeichallenge van veertig dagen.
Het doel is niet dat lezers hem kopiëren. Hij schrijft expliciet dat een persoon juist een sterkere versie van zichzelf moet ontwikkelen.
De periode van veertig dagen ziet hij niet als een magische garantie op verandering. Hij gebruikt deze periode als een duidelijk afgebakende trainingsperiode waarin iemand nieuwe patronen kan oefenen.
De challenge bestaat uit vier fasen.
Fase 1: De Zuivering, dag 1 tot en met 10
De eerste fase richt zich op rust en aandacht.
De centrale regel is dat sociale media niet worden geopend in het eerste uur na het wakker worden.
Dat eerste uur wordt gebruikt voor stilte, gebed en het opschrijven van doelen.
Fase 2: Het Fundament, dag 11 tot en met 20
De tweede fase richt zich op taal en kennis.
Iedere dag wordt minimaal dertig minuten besteed aan Nederlands of een andere vorm van educatieve ontwikkeling die professionele vaardigheden versterkt.
Fase 3: Bewustzijn en Actie, dag 21 tot en met 30
Deze fase richt zich op financiën en netwerk.
De deelnemer past het 60 20 15 5 budgetmodel toe en organiseert minimaal één gesprek met een professional of mentor van wie hij of zij kan leren.
Fase 4: De Transformatie, dag 31 tot en met 40
De laatste fase richt zich op het integreren van eerdere gewoontes.
De bedoeling is dat activiteiten als leren, financiële planning, focus en geloof niet langer als losse opdrachten worden ervaren, maar onderdeel beginnen te worden van de identiteit van de deelnemer.
Van der Aaksh benadrukt dat veertig dagen geen eindpunt zijn. Wanneer iemand daarna volledig terugkeert naar oude gewoontes, kan het opgebouwde gedrag weer verdwijnen.
Hij noemt drie elementen noodzakelijk voor verdere ontwikkeling:
• eerlijkheid; • herhaling; • een ondersteunende omgeving.
Jaarplanning
Naast de veertig dagen bevat het boek een jaarplan.
Van der Aaksh verdeelt een jaar in vier ontwikkelingsgebieden.
Eerste kwartaal: gewoonte
Een nieuwe dagelijkse gewoonte kiezen en trainen.
Tweede kwartaal: taal of vaardigheid
Gericht werken aan een taal of professionele vaardigheid.
Derde kwartaal: financieel resultaat
Werken aan bijvoorbeeld schuldvermindering, een noodbuffer of een eerste bewuste investering.
Vierde kwartaal: identiteit
Terugkijken naar veranderingen in gedrag, karakter, zelfvertrouwen en manier van denken.
Centrale boodschap
Van der Aaksh presenteert zijn boek niet als een handleiding om letterlijk zijn leven te kopiëren.
Zijn centrale boodschap is dat iemand zijn omstandigheden serieus moet nemen zonder deze automatisch tot zijn permanente identiteit te maken.
Zijn denken kan worden samengevat in een aantal terugkerende thema’s:
• begin voordat alles perfect is; • schaam je niet voor een zwakke start; • behandel fouten als informatie; • bescherm je tijd; • ontwikkel vaardigheden die niemand eenvoudig van je kan afpakken; • gebruik geld met een systeem; • geef geld een doel voordat je het uitgeeft; • investeer eerst in kennis en karakter; • luister meer dan je spreekt; • probeer mensen te begrijpen voordat je hen adviseert; • stel grenzen wanneer je niet kunt helpen; • bouw kleine gewoontes in plaats van alleen op motivatie te vertrouwen; • werk aan wat binnen je invloed ligt; • vertrouw voor het overige op Allah; • meet persoonlijke rijkdom niet uitsluitend in geld.
Van der Aaksh schrijft dat hij zichzelf niet als een voltooid eindresultaat ziet. Hij beschrijft nog steeds twijfel, vermoeidheid en gebieden waarin hij wil groeien.
Het belangrijkste verschil met zijn eerdere leven is volgens hem dat twijfel voor hem niet langer automatisch betekent dat hij moet stoppen. Hij probeert twijfel te gebruiken als een signaal om opnieuw richting te bepalen.
Schrijverschap
Ik werd niet groots geboren
Ik werd niet groots geboren verscheen in 2026 en heeft ISBN 9789465468716.
Het boek heeft een sterk autobiografisch karakter en combineert persoonlijke verhalen met praktische oefeningen.
Belangrijke onderwerpen zijn:
• oorlog en opnieuw beginnen; • taal en integratie; • falen; • sociaal werk; • zelfontwikkeling; • kennis en certificaten; • geld en schulden; • sparen en investeren; • tijdbeheer; • dagelijkse gewoontes; • persoonlijke levensregels; • geloof en vertrouwen op Allah; • luisteren en invloed; • menselijke relaties; • liefde en communicatie; • persoonlijke grenzen; • liefdadigheid; • een groeichallenge van veertig dagen; • jaarplanning.
Bibliografie
Van der Aaksh, N. (2026). Ik werd niet groots geboren. ISBN 9789465468716.
Nael van der Aaksh
Sociaal Werker | Strategisch Accountmanager | Auteur
© 2026 Nael van der Aaksh. Alle rechten voorbehouden.